Diarree

Wat is het?

Diarree is waterige, dunne ontlasting die vaker komt dan gewone ontlasting. Na een of twee dagen is diarree meestal over, maar het kan soms ook langer duren. Diarree kan buikkrampen veroorzaken.

Bij babyís en peuters gaat het vaak samen met overgeven.

Waardoor komt het?

In de darmen wordt het voedsel verteerd. Het lichaam neemt via de darmwand voedingsstoffen en vocht uit het voedsel op. Wat overblijft van het voedsel verlaat het lichaam als ontlasting.

Diarree ontstaat meestal door virussen of bacteriŽn. Deze ziekteverwekkers komen het lichaam binnen via besmet water of bedorven voedsel. U kunt ook besmet raken door contact met ontlasting van iemand die diarree heeft.

In de darmen zorgen de ziekteverwekkers voor een ontsteking van de darmwand. De darmwand geeft altijd een beetje vocht af, maar bij een ontsteking meer dan normaal. Bovendien kan de darmwand bij een ontsteking moeilijk vocht of voedingsstoffen opnemen. Vocht en voedingsstoffen komen dan als heel dunne ontlasting naar buiten.

Kan het kwaad?

Het is vervelend om diarree te hebben, maar het kan meestal geen kwaad. Wel verliest u met diarree meer vocht dan bij normale ontlasting. Daarom is extra drinken belangrijk. Als u ook nog moet overgeven of koorts heeft, verliest u nog meer vocht. Als iemand te veel vocht verliest, kan het lichaam uitdrogen. Dat kan gevaarlijk zijn. Vooral babyís en bejaarden kunnen snel uitdrogen.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Er is geen behandeling waardoor diarree sneller overgaat. Het is wel heel belangrijk dat u meer drinkt dan normaal.

  • Drink elke keer nadat u waterige ontlasting heeft gehad een glas van een drank die u lekker vindt. Als u ook nog overgeeft, is drinken extra belangrijk. Als u veel tegelijk drinkt, kunt u misschien gaan overgeven. Drink daarom telkens een klein beetje, bijvoorbeeld elke vijf minuten een of twee slokken. Ook al moet u na het drinken weer overgeven, u houdt altijd een beetje vocht binnen. Zodra het overgeven minder wordt, kunt u geleidelijk aan wat grotere hoeveelheden tegelijk gaan drinken. U hoeft dan ook niet meer zo vaak te drinken.
  • Bij heftige diarree kunt u een speciaal drankje maken om uitdroging tegen te gaan. U maakt dit met een speciaal oplospoeder (ORS-poeder) dat bij de apotheek of drogist te koop is.
  • De eetlust is meestal minder als u diarree hebt. Dat kan geen kwaad. Zodra u zin heeft, kunt u geleidelijk aan weer gaan eten. Een speciaal dieet is niet nodig.
  • Als u koorts heeft en u zich ziek voelt, kan bedrust u goed doen.
  • Was uw handen als u naar het toilet bent geweest en voor het eten. Ook voordat u eten gaat klaarmaken, moet u uw handen wassen.
  • Was gebruikt eet- en drinkgerei goed af. Besmetting kan via speeksel plaatsvinden.
  • Nadat kinderen met diarree naar het toilet zijn geweest of een schone luier hebben gekregen, moet u controleren of er geen ontlasting aan hun kleren of handen is gekomen. Ook moet u daarna uw eigen handen goed wassen.

Wanneer naar de huisarts?

Neem bij diarree contact op met uw huisarts:

  • als u voortdurend buikpijn heeft in plaats van buikkrampen;
  • als de diarree na een week niet minder is geworden;
  • als u diarree heeft en elk slokje water weer uitbraakt;
  • als er bloed of slijm bij de ontlasting zit;
  • als u suf of verward bent of de neiging heeft tot flauwvallen;
  • als u een dag niet meer hebt geplast.

Bij een kind met diarree dat jonger is dan twee jaar, moet u direct contact met de huisarts opnemen:

  • als het kind aldoor blijft huilen;
  • als het langer dan twaalf uur waterdunne diarree heeft;
  • als het niet wil drinken;
  • als het suf wordt;
  • als het een dag niet meer heeft geplast;
  • als het steeds overgeeft.

Mensen boven de 70 jaar met diarree moeten direct contact met de huisarts opnemen:

  • als ze langer dan 24 uur waterdunne diarree hebben;
  • als ze koorts hebben;
  • als ze voortdurend buikpijn hebben in plaats van buikkrampen;
  • als ze elk slokje water weer uitbraken;
  • als er bloed of slijm bij de ontlasting zit;
  • als ze suf of verward zijn of de neiging hebben tot flauwvallen;
  • als ze een dag niet meer hebben geplast;
  • als ze plaspillen gebruiken.

Deze tekst is samengesteld door het Nederlands Huisartsen Genootschap en overgenomen uit hun voorlichtingsfolder.